Een tijdje terug zag ik een lezersoproep van Vrij Nederland voorbij komen met als thema ‘Normaal doen’. Als persoon met autisme heb ik me vaak een afwijking van het normale gevoeld en dus heb ik wel zo mijn mening over dit thema. Mijn gedachten gingen naar de sticker met ‘normaal doen’ erop, die hangt op de deur van de vuilnisruimte in mijn flat. Mijn column (en vele andere columns met het thema ‘normaal doen’) is momenteel te lezen in Vrij Nederland, maar het leek me leuk om hem ook op mijn eigen blog te publiceren:

De sociale conventies van een vuilnisruimte

Op de deur van de vuilnisruimte in mijn flat hangt al jaren een sticker met: NORMAAL DOEN. Ik vraag me weleens af wat de conventies van een vuilnisruimte dan zijn. Je afval in de containers gooien en niet ernaast, kan ik me zo voorstellen. Geen glas dumpen, terwijl er geen glasbak is. Frituurvet in het putje gooien, is ook nog een mogelijkheid van iets dat waarschijnlijk niet onder normaal doen zal vallen. In mijn hoofd althans, maar aangezien ik daar iemand op een dag op betrapte, zal het in de hersenen van sommige mensen wel acceptabel zijn. Dat de schoonmakers de volgende dag konden schaatsen over de tegels is waarschijnlijk niet opgekomen in dat stel hersenen.

Maar wist je dat er bij een vuilnisruimte ook heel wat ongeschreven sociale regels komen kijken? Waarschijnlijk heb je er nooit op gelet als je die dingen vanzelf aanvoelt, maar ik heb autisme, dus als ik die omgangsregels niet van buiten leer bestaat de kans dat ik betrapt word op niet normaal zijn, en dat is mijn ergste nachtmerrie. Een onmogelijke quest die ik mezelf daarmee opleg, dat besef ik wel.

Ik begin vaak met observeren: hoe pakken andere mensen het aan? Het begint al in de lift naar beneden. Een open vuilniszak meenemen (inclusief stank) wordt niet op prijs gesteld. Dat hoorde ik aan de geluiden die mensen produceerden toen iemand anders dat een keer deed. Dus je vuilniszak dichtknopen is het devies.

Stel dat je tegelijkertijd met iemand anders aankomt bij de vuilnisruimte? Als je voorop loopt is het aardig als je de deur openhoudt voor degene die achter je loopt. Dit kan nog weleens ongemakkelijke situaties opleveren, aangezien je allebei maximaal één hand over hebt voor de zware deur (vanwege vuilnis in de andere hand). Een deur in iemands gezicht dicht laten vallen is in een milliseconde gebeurd.

Omdat ik nogal klein ben moet ik mijn vuilniszak met een zwaai in de hoge containers gooien. Hierbij moet je ten eerste rekening houden met mensen die toevallig ook aanwezig zijn in de ruimte en ten tweede met wat de vuilniszak aankan. Met beleid dus, voor de inhoud van de vuilniszak toch naast de container ligt zonder dat er opzet in het spel was.

Of wat als je een bekende tegenkomt in de vuilnisruimte? Ik liep een keer binnen toen het hoofd van mijn buurvrouw boven de papiercontainer uit kwam steken en beschaamd ‘hoi’ zei. Dozen zoeken voor school, bleek later. We ontwijken elkaars blik nog steeds in de gangen.

Het is me wat, die vuilnisruimte. Elke dag nieuwe avonturen. Elke dag een stukje dichter bij mijn doel van normaal overkomen. Hoewel het misschien tijd is om mijn doel ritueel weg te gooien met de volgende vuilniszak.