Deze column verscheen eerder in het septembernummer van GGZTotaal in 2014. De gebeurtenis in deze column was een belangrijke reden voor mij om meer open te zijn over mijn autisme.

Nadat ik mezelf een half jaar opgesloten had op mijn appartementje, was ik wanhopig op zoek naar nieuwe contacten. Na weken twijfelen zet ik de stap om in mijn eentje naar een borrel te gaan. Vanavond ben ik mijn stoere zelf, die praatjes aangaat over koetjes en kalfjes en doet alsof ze ‘normaal’ is.

‘Hoi, 7-up meisje!’ start een jongen een gesprek met me. ‘Drink jij geen alcohol?’ ‘Euh, nee,’ stamel ik, starend naar het blikje 7-up in mijn hand. ‘Ik vind het gewoon niet lekker.’ De waarheid is dat ik na één glas alcohol naar huis kan, omdat ik dan in slaap val door de combinatie met mijn medicijnen.

We raken in gesprek over onze studies. Ik heb net mijn scriptie afgerond. ‘Oh interessant, waar gaat je scriptie over?’ Ik vertel dat ik mijn scriptie geschreven heb over de representatie van autisme in films. ‘Ok, en waarom heb je voor het onderwerp autisme gekozen?’ Hoe red ik me hier uit? Ik mompel iets over dat mijn neefje autisme heeft. Wat ook echt zo is, maar dat ik zelf autisme heb was in die beslissing natuurlijk belangrijker.

‘Wat doe je in het dagelijks leven?’ vraagt een andere bezoeker die zich voorstelt als Joris. Ik hang een interessant verhaal op over de twee baantjes die ik heb. ‘Ja, bij grote instituten inderdaad en ja, dat staat inderdaad mooi op mijn CV.’  ‘Nou, dan heb je het goed voor mekaar dat je in deze tijd meteen na je studie een baan gevonden hebt,’ zegt hij. Ik vertel dat ik eigenlijk maar acht uur per week werk en dat het vrijwilligerswerk is. ‘Heb je dan nog een bijbaantje waarmee je je vaste lasten betaalt?’ Joris lijkt oprecht geïnteresseerd, maar ik ben mezelf aan het vastpraten. Op het moment dat ik een gaatje vind in het gesprek vraag ik: ‘En wat doe jij in het dagelijks leven?’ Ik zie hem even twijfelen over het antwoord: ‘Eerlijk gezegd zit ik thuis. Ik heb een burn-out gehad en toen is er vastgesteld dat ik een vorm van autisme heb. Nu ben ik op zoek naar een passende werkplek.’ Ik prijs hem om zijn moed dat hij me dit vertelt en tegelijkertijd vraag ik me af waarom ikzelf zo moeilijk deed.

Na een paar leuke borrels laat ik mijn stoere zelf een klein beetje los. Het blijkt te werken. Het kan ze weinig schelen dat ik in de Wajong zit, dat ik af en toe in een hoekje ga zitten en niet bereikbaar ben of dat ik vraag of de muziek wat zachter mag. ‘Leuk dat je er weer bent, ondanks dat ik weet dat je het moelijk vindt,’ zegt Joris. Ik voel me gezien.

Het autisme is zo’n groot onderdeel van mijn leven dat ik er niet omheen kan als ik eerlijk wil zijn. Bovendien weet je niet wat de ander meegemaakt heeft. Openheid kan ervoor zorgen dat de ander zich ook meer op z’n gemak voelt om zijn achtergrondverhaal te delen. Als de ander geen ervaring heeft met het onderwerp, kan het een belangrijk gesprek zijn voor de beeldvorming over psychische stoornissen. De weg van openheid bevalt mij meer dan de bochten waarin ik me moest wringen toen ik probeerde het te verbergen.

Ik hoop dat ik met dit verhaal ook weer iemand inspireer om open te zijn. Dat is ook het doel van de #openup week, die MIND samen met 3FM organiseert.