Zou het je extra trots maken als je ondanks een beperking bepaalde dingen bereikt in het leven? Mij wel hoor! ‘Beating the odds’ is waar ik energie van krijg: als dit kan, wat is er dan allemaal nog meer mogelijk?! Steeds mijn eigen verhaal vertellen zou een beetje eentonig worden. Er zijn nog zoveel meer inspirerende verhalen! Ik was dus benieuwd naar hoe andere mensen met een beperking of chronische ziekte hun leven vormgeven. Hoe gaan zij om met de uitdagingen die ze voor de voeten geworpen krijgen door hun beperking? Ik vroeg een aantal mensen om een inkijkje te geven in hun leven.

Via Facebook kwam ik de blog van Robin Portier tegen, waarop zij schrijft over de dove wereld. Robin is doof geboren en heeft nu Cochleair implantaat, waardoor zij toch gedeeltelijk heeft kunnen leren om te horen via de elektrische pulsen die het implantaat aan de gehoorzenuw doorgeeft. Robin neemt het woord:

doof, CI, implantaat, cochleair, trots, leven, beperkingEr wordt mij een vraag gesteld: Is er een deel van je leven waarvan jij denkt: dat heb ik nou goed voor elkaar ondanks mijn doofheid?”

Ik vind het erg moeilijk om hier antwoord op te geven. In mijn hele leven zijn er zoveel dingen gebeurd waar ik trots op ben:

Een liefdevolle familie, een onwijs lieve vriendje, awesome vrienden, een geweldige baan (ook al is het tijdelijk, maar alsnog iets waar ik erg trots op ben), een implantaat waardoor ik redelijk goed kan horen en nóg veel meer!

Maar het gekke is, wat heeft het te maken met het gedeelte van de vraag “ondanks mijn doofheid”? Moet ik er trots op zijn, ook al ben ik doof? Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik bedoel, ieder persoon kan hier trots om zijn. Of je nou een beperking hebt of niets mankeert. Alles wat ik heb, alles waar ik trots op ben, dat kan ieder persoon overkomen, niet alleen mezelf. Want ik ben ook maar een mens! Alleen nét wat anders, vanwege een zintuig te kort.

Natuurlijk zijn er wel dingen waar ik extra trots op ben ondanks mijn doofheid:

  1. Een doof persoon komt, in mijn geval wel, moeilijk aan een goede baan wat ze erg leuk vindt om te doen. Na mijn kleine bijbaantjes bij folders/post bezorgen, vakkenvullen in een supermarkt, in de logistiek bij PostNL was ik echt, maar dan ook écht trots dat ik een geweldige baan aangeboden heb gekregen. Bij een speciaal onderwijs voor kinderen met lichamelijk/verstandelijk beperkingen. Drie dagen in de week, als een klassenassistente bij een kleuterklas. Een échte baan! Wauw!
  2. Ik ben trots op mezelf dat ik ondanks mijn doofheid goed kan omgaan met de horende wereld. Vroeger toen ik nog klein was, was ik heel onzeker in de horende wereld. Ik hield me veilig in mijn eigen wereldje en liet alles over aan de anderen. Ik was heel afhankelijk van de anderen.
    Door zo vaak te vallen en tóch op te staan heb ik heel veel geleerd! In tegenstelling tot vroeger loop ik nu veel sneller op mensen af om dingen te vragen. Ik geef aan als ik iets niet begrijp, ik leg uit dat ik doof ben en daarom graag aangekeken wil worden tijdens het communiceren. Ik leer aardige mensen kennen die heel goed rekening houden met mijn doofheid. De mensen die er moeilijk over doen, die geef ik geen aandacht meer.
  3. Voor alles wat ik heb, alles waar ik trots op ben, daar heb ik wel wat harder voor moeten werken dan een “normaal” persoon. Bijvoorbeeld dat ik leerde horen met mijn cochleair implantaat. Dat gaat niet zo 1 2 3, daar heb ik op dit moment nog steeds moeite mee. Waar komt dat geluid vandaan? Wat is dat voor geluid? Waar hoort het bij? Hoe klonk het? En vervelende bezoekjes bij het ziekenhuis voor logopedie bij de audioloog. Daar heb ik o-zo een hekel aan, daar voel ik me net een proefkonijn… Maar hey, soms moet je helaas vervelende dingen doen om een goed resultaat te kunnen krijgen.
  4. Dat ik na jaren speciaal onderwijs naar een “normaal” onderwijs ben gegaan. Gelukkig wel met een gebarentolk, maar alsnog héél pittig. Een gebarentolk is een heel fijn steun voor in het onderwijs maar, om na jaren kleine klassen te hebben gehad, naar een enorme klas van 30 personen te gaan… Dát vond ik heel indrukwekkend. Iedere dag kwam ik heel moe thuis.
  5. Voor de opleiding heb ik ook erg veel stages moeten lopen, op allerlei verschillende kinderdagverblijven. Groepen van 15 schreeuwende, huilende, rennende, lawaai makende kinderen. Overal kwamen geluiden op me af. Helaas werkt mijn cochleair implantaat niet zoals een gewoon oor en kan ik niet de geluiden filteren. De richting van de geluid niet vinden. Het verschil tussen een gehuil en een plagerig geblèr onderscheiden. Dus het meest waar ik eigenlijk mee bezig was, was me concentreren op de geluiden en veel om me heen kijken.

Ondanks alle minder leuke ervaringen ben ik heel trots op hoe ver ik ben gekomen in mijn leven. Ik heb het allemaal voor elkaar gekregen op MIJN manier. Gewoon, zoals wie ik ben! 🙂

Super bedankt voor het delen van je verhaal, Robin! Wil jij ook met je gastblog een plekje krijgen op A-typist.nl? Mail dan naar info@a-typist.nl