Links een foto van mij en één van mijn begeleiders die samen aan het wandelen zijn en een trap aflopen. Rechts de tekst: vraag en antwoord met mijn levensloopbegeleiders.

Mijn begeleiders aan het woord over mijn begeleiding

De meest gestelde vragen over mijn begeleiding heb ik hier op mijn blog al eens beantwoord. Regelmatig krijg ik vragen over hoe mijn begeleiders het eigenlijk vinden om mij te begeleiden, of om op deze manier te werken. Ook van mijn begeleiders zelf hoor ik weleens dat ze vragen krijgen. We hebben besloten om deze te beantwoorden, zodat jullie het ook vanuit hun kant kunnen lezen.

Mijn begeleiders zullen hier aan het woord komen als begeleider A, B en C. Het is mijn eigen keuze om hun echte namen hier niet te noemen, omdat dit een best kwetsbaar deel van mijn leven is en het niet comfortabel voelt als hun namen in het openbaar te linken zijn aan mij. Ik kan niet goed overzien welke gevolgen dat eventueel kan hebben.

Waarom dacht je toen je mijn vacature of berichtje las: hier ga ik op reageren of dit lijkt me iets voor mij?

A: “Voor mij waren daar meerdere redenen voor. In de eerste plaats sta ik helemaal achter deze vorm van begeleiding. Ik werk al jaren met autistische mensen en jouw vraag sloot helemaal aan bij het soort werk dat ik graag en van nature doe: aansluiten bij en inspelen op de behoefte van de persoon die ik begeleid. Jouw overstap van begeleid wonen naar het op jezelf gaan wonen met eigen gekozen begeleiders vond ik een hele uitdagende. Ik heb een sterke affiniteit met mensen die hun eigen pad durven kiezen. Van meerdere aspecten die aan bod kwamen in jouw oproep ging ik als het ware ‘aan’. Dat gevoel werd voor mij sterker na ons kennismakingsgesprek. Je hulpvraag was ook heel helder en zorgvuldig verwoord. Daarnaast speelde ook het feit dat je dicht in de buurt woont een rol. Dat maakt het werk voor mij letterlijk ook laagdrempeliger.”

B: “Op LinkedIn zag ik in december 2019 dat je op zoek was naar een extra begeleider. Je vertelde dat de begeleiding op je woonplek te wensen overliet en dat er veel wisselingen waren, wat voor jou heel ongunstig uitpakte. Mijn spontane impuls was ‘dat wil ik wel doen voor Anne’. Waarna ik mezelf verbaasd afvroeg ‘hoezo dan?’ Want normaal richt ik me primair op ouders. Online volgden we elkaar al meer dan tien jaar, al was dat contact verder niet heel intensief. Misschien dat ik daarom een ‘lijntje’ met je voelde. We wonen beiden in Utrecht (dus weinig reistijd) en de variatie die je voor ogen had – van 2u per maand tot max 2u per week – leek me te overzien. Als zzp’er is het ook fijn om zulk soort vaste klussen erbij te hebben, zeg ik er ook eerlijk bij. Toen je vaste pb’er onverwacht vertrok, jij beschermd wonen achter je wilde laten en we de coronapandemie inschoven werd ik al snel een vastere levensloopbegeleider dan we aanvankelijk voor ogen hadden. Nooit spijt van gehad.”

C: “Ik had mij nét ingeschreven als zelfstandige en via een gezamenlijke connectie op LinkedIn die jouw oproep had gerepost, zag ik jouw hulpvraag. Deze leek goed te passen bij mijn kennis en kunde en je leek mij een uitstekende eerste stap voor mij. Ook was de tijd die je vroeg erg passend bij mijn leven op dat moment, dus ik zag alleen maar plusjes! En wilde hoe dan ook een poging wagen; in de hoop dat we een goede match zouden zijn.”

Hoe vind je het om te werken vanuit de principes van levensloopbegeleiding (dus: ondersteunen vanuit de klik, levensbreed en zo lang als nodig, ondersteunen vanuit de wensen van de persoon, zonder per se doelen te stellen)? 

A: “De principes van levensloopbegeleiding spreken me enorm aan. Ik ben van mening dat in de reguliere hulpverlening nog te veel wordt gewerkt met het stellen van – vaak onhaalbare – doelen. Dat werkt in mijn beleving vaak onnodig ontmoedigend. Aansluiten op de wensen van de persoon die je begeleidt, werkt volgens mij een natuurlijker groeiproces in de hand. Iedereen groeit in een eigen tempo. Juist als je ondersteuning kunt bieden die aansluit bij waar iemand zelf op dat moment aan toe is, ontstaat er sneller intrinsieke motivatie om aan dingen te werken is mijn ervaring. Je veilig en gesteund voelen als je het leven op een andere manier ervaart dan de meeste mensen om je heen is soms letterlijk van levensbelang. Die veiligheid is vaak ver te zoeken wanneer je continu bezig moet zijn met het verdedigen van je hulpvraag en het proberen te behalen van doelen.
Dat de begeleiding levensbreed is vind ik iets waar, in meerdere zorgdisciplines, veel meer aandacht voor zou moeten zijn. We zijn tegenwoordig zo goed geworden in het verdelen van taken over allerlei kanalen dat we soms vergeten het geheel te overzien. Als levensloopbegeleider kun je meer rekening houden met het grotere plaatje. Dat zorgt ervoor dat je iemand minder snel overvraagt en dat je flexibeler bent op de momenten dat het leven daarom vraagt.
Als je iemand langdurig begeleid is het prettig als je dat kunt doen op basis van een wederzijdse klik. Niet alleen voor de hulpvrager, maar ook voor mij als begeleider. Er gaat een aanzienlijk deel van je aandacht naar degene met wie je werkt. De begeleiding vindt soms ook plaats buiten reguliere kantoortijden en heeft door sommige taken ook een extra persoonlijk karakter. Je gaat bijvoorbeeld als begeleider mee naar afspraken met artsen, je krijgt relationele perikelen mee, spreekt over hobbies, voorkeuren, wensen, etc. Je bent vaak aanwezig in iemands huis. Als er dan geen klik is en niet wat overlap zit in hoe je tegen het leven aankijkt wordt het voor beide partijen een stuk lastiger om zo’n contact op de langere termijn werkend te houden.”

B: “Ik ben jarenlang ambulant ouderbegeleider geweest bij gezinnen thuis die een kind met autisme hebben en heb dat altijd graag gedaan. Toen ik vanwege HKZ certificering voor de organisatie plannen met doelen moest gaan schrijven ben ik daarmee gestopt; dat is niet mijn manier van werken. Blijkbaar heet het levensloopbegeleiding wat ik graag doe. Op- en afschalen vind ik niet meer dan normaal en ook dat je flexibel meebeweegt om te doen wat nodig is en zo het leven zo drempelloos als kan mee mogelijk te maken.”

C.: “Dit was eerst even schakelen voor mij. Ik heb jaren voor grote organisaties gewerkt en daar ging het juist heel erg over zelfredzaamheid en dit bevorderen. Nu ik op deze manier met jou mag werken, merk ik dat ik hier ontzettend achter sta en dit ook een hele fijne manier van werken vind. Het is per slot van rekening jouw leven! Het is natuurlijk wel heel erg afhankelijk of iemand dit “aankan” of beter gedijt bij meer aansturing, maar in het werken met jou zie ik echt dat het jou goed doet. Dat is ontzettend fijn en dat maakt het werk heel erg leuk!”

Hoe verhoudt mijn begeleiding zich tot eerder/ander werk of opdrachten die je hebt gehad? Wat vind je fijner of minder fijn?

A: “Het werken als levensloopbegeleider is wezenlijk anders dan normale coaching of therapie. Het is veel meer volgend dan sturend. Meer activerende begeleiders zullen soms op hun handen moeten zitten. Ik hou mijzelf regelmatig voor dat ik levensloopbegeleider ben, geen levensloopveranderaar. Op veel vlakken in de begeleiding heb ik daar geen enkele moeite mee. Ik hou ervan om iemand te begeleiden vanuit de behoefte die er bij diegene leeft. Op andere vlakken is het lastiger. Mijn enthousiasme kan nog wel eens de kop op steken. Omdat ik ook als professional organizer en als therapeut werk neig ik soms naar willen oplossen. Maar het blijft de keuze van de klant, jouw keuze, of daar behoefte aan is en of iemand open staat voor verandering. De organizer in mij wil dan bijvoorbeeld soms wat sneller opruimen dan kan.
Toch vind ik het ook een leuke uitdaging om balans te vinden tussen niet overvragen en wél blijven prikkelen.”

B: “Je bent als niet-ouder de vreemde eend in mijn werkbijt. Dat blijf je ook, want het is nog altijd omdat ik een speciaal lijntje met je voel dat ik dit blijf doen. Dat is anders dan bij andere opdrachten die vaak een duidelijker afgebakende periode beslaan. De continuïteit is fijn, ik hoef me niet eerst helemaal te verdiepen in wat je van me wil en ook financieel geeft het rust. De oefening voor mij als nieuwsgierig ondernemend type is soms om te durven blijven (maak je geen zorgen, dat is geen issue meer).”

C: “Zoals ik hierboven omschreef vind ik het heel fijn om vanuit de principes van levensloopbegeleiding met jou te werken. Daarnaast vind ik het ontzettend mooi om te zien hoe goed jij vaak weet hoe je iets wilt hebben/doen. Waar ik in andere opdrachten en vorige banen heel erg de touwtjes in handen moest nemen, heb ik bij jou een meer volgzame rol. Uiteraard met jouw mogelijke “valkuilen” in m’n achterhoofd, maar dit is echt wel anders werken voor mij.”

Hoe vind je het om je cliënt als directe opdrachtgever te hebben (in plaats van voor een organisatie te werken)?

A: “Over het algemeen vind ik het heel prettig om mijn cliënt als opdrachtgever te hebben. Minder ruis van communicatie die over onnodige lijnen loopt. Het vraagt wel van je dat je goed bent in het aangeven van grenzen en in voor jezelf zorgen. Het is daarom voor mij prettig om in een team te werken met nog twee andere begeleiders. Zo deel je de verantwoordelijkheid en kun je ook in het geval van ziekte of vakantie sneller tot oplossingen komen en continuïteit bieden aan de persoon die je begeleid.”

B: “Grappig, daar heb ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan. Heb sowieso nooit de neiging om me te verschuilen achter een organisatie, om te kunnen zeggen dat het niet volgens protocol is. Ik ben altijd werkgever of zzp’er geweest, dat is misschien anders dan wanneer je gewend bent ergens in dienst te zijn?”

C: “IDEAAL! Het is eigenlijk echt werken zoals ik altijd heb willen doen. Binnen grote organisaties roept men altijd wel dat de patiënten/cliënten de opdrachtgevers zijn, maar in het echt is dat natuurlijk niet zo. Er zijn veel te veel regels, protocollen, tijdsdruk, winstoogmerken etc. Direct werken vanuit de hulpvraag van je cliënt betekent er écht voor diegene kunnen zijn. Dit is wat je eigenlijk iedere zorgvrager gunt!”

Aan het wandelen met één van mijn begeleiders.

Voor mij is het natuurlijk heel fijn dat jullie snel bereikbaar zijn, ook in de avond en in het weekend. Maar hoe is dat voor jou? Hoe bewaak je daarin je grenzen?

A: “Over het algemeen heb ik er geen moeite mee om ook ’s avonds en in het weekend bereikbaar te zijn. Door mijn parttime werk als zelfstandige ben ik gewend aan werken buiten de reguliere werktijden. Het feit dat ik dat doe biedt me ook weer meer vrijheden op andere voor mij passende momenten. Het plannen van vakantie waarin ik ook even echt ‘offline’ ga vind ik lastiger. Zeker als teamgenoten weggaan of ziek zijn en ik ‘the last woman standing’ ben voel ik me snel verantwoordelijk. Daarin heb ik mijn grenzen in de loop der jaren meer moeten leren aangeven.”

B: “Dat is soms best zoeken. In de loop der jaren heb ik daarin mijn weg moeten vinden en ervaren dat het van periode tot periode kan verschillen en dat het goed is om daarin mee te bewegen. Met jou, maar dus ook met mezelf. Ik heb van alle apps de notificaties uitstaan om niet geleefd te worden door mijn telefoon. Mijn telefoon staat ook standaard op stil. Je hebt van mij daarom een noodnummer gekregen dat je kan bellen als het echt dringend is en niet kan wachten.”

C: “Ik krijg deze vraag vaker van mensen als ik ze over mijn werk vertel.. maar heel eerlijk, ik ervaar het totaal niet als “last”. Ook ben jij iemand die heel veel (soms zelfs te veel ;-)) rekening houdt met de ander. Zelfs met de mensen die je betaalt om er voor je te zijn! Ik zeg je soms wel eens dat je meer gebruik van me mag maken dan je soms doet. Dus eigenlijk gaat het heel natuurlijk om op je berichtjes of belletjes te reageren. Ook hebben we iedere maand een vergadering waarin we vaste belmomenten met elkaar afspreken. Naar mijn idee is het mede hierdoor goed gekaderd allemaal.”

Hoe ziet jouw werkweek er globaal uit? Begeleid je nog meer mensen zoals ik of doe je voornamelijk andere werkzaamheden? 

A: “Mijn werkweek bestaat uit een vijftal vaste klanten die ik meestal op vaste dagen spreek of zie. Deze klanten hebben allemaal een eigen hulpvraag. De één help ik bij realistisch plannen, de ander begeleid ik in het proces van ‘unmasking’ en de daarmee gepaard gaande rouw, weer een ander begeleid ik in het organizen van de woonruimte en weer een ander help ik meer op therapeutische basis. Overeenkomst is dat er bij al deze mensen sprake is van autisme of andere neurodivergentie. De meeste uren begeleiding die ik bied per week gaan naar jou. Daarnaast werk ik aan mijn kunst en ben ik momenteel bezig met voorbereidingen voor mijn eigen dichtbundel. Ik hou van de veelzijdigheid van mijn werk. Voor mij is deze verdeling prettig omdat ik jou en anderen zo flexibiliteit kan bieden maar mezelf ook uitdaag met de afwisseling.”

B: “Jij bent mijn uitzondering en mijn werkweek kent geen ‘globaal’ omdat het afhankelijk is van welke klussen ik heb aangenomen. Sinds een jaar oefen ik om me wat losser tot werk te verhouden en mezelf toe te staan ook andere leuke en nuttige dingen te doen. Zo ben ik in juni gestart als nachtvrijwilliger in een hospice en dat doe ik nu één nacht per week. Samen met mijn werk voor jou zijn dat eigenlijk de enige vaste terugkerende bezigheden in de week.”

C: “De donder- en vrijdagen zijn mijn vaste werkdagen. Op de andere dagen van de week ben ik vooral moeder van twee jongens! Gelukkig ben ik flexibel genoeg om in te kunnen spelen op andere hulpvraagmomenten als deze nodig zijn. Naast het zijn van persoonlijk begeleider, heb ik ook een recruitmentbureau wat ik samen met mijn man run. Mijn werkzaamheden daar staan momenteel op een lager pitje zodat ik er goed voor onze kinderen kan zijn.”

Hoe zou jij aan iemand anders uitleggen wat je voor mij doet?

A:
“• Meekijken
• Meedenken
• Meedoen
• Tolken
• Luisteren
• Alert blijven op jouw wensen en kwetsbaarheden (fysiek en mentaal)
• Sociaal vertaalwerk tussen de neurodivergente en de neurotypische wereld
Waarmee ik help zorgen dat jij je leven zo goed mogelijk op een veilige manier zo zelfstandig mogelijk kunt blijven leiden. En ik vertel dat het leuk en uitdagend werk is. Mijn werkzaamheden variëren van Barbieharen wassen tot meeschrijven aan een verslag voor de gemeente. Van afwas in de vaatwasser doen tot meedenken over een lastig gesprek. Van een eindje wandelen of een la opruimen tot mee naar de huisarts.”

B: “Meestal zeg ik zoiets als: Ik ben levensloopbegeleider voor een jonge vrouw met autisme. Wekelijks kijk ik mee met haar planning, spreken we de week door en waar nodig spring ik bij. Dat kan zijn om post te openen en te verwerken, of om mee te denken met sociale- of werkzaken, net wat nodig is om het voor haar mogelijk te maken zo prettig mogelijk zelfstandig te wonen.”

C: “Dit is vaak lastig te omschrijven, merk ik. Ik vertel altijd dat ik er voor jou ben wanneer je in bepaalde dingen van het leven een beetje vastloopt. Dit kunnen kleine praktische dingen zijn, maar ook grotere, emotionele dingen. Waar sommige mensen vanzelfsprekendheid ervaren, kan dit voor jou soms een puzzel zijn. En ik ben er om te kijken of het samen wel lukt om die puzzel te maken. Ook zou ik mij en mijn collega’s omschrijven als jouw klankbord.”

Zijn er verder nog dingen die je kwijt wil?

A: “Werken als levensloopbegeleider doe ik inmiddels alweer vijf jaar voor jou. Ik vind het bijzonder om te merken wat een vertrouwen je in mij en de andere begeleiders hebt. Misschien wel ondanks je hele voorgeschiedenis in de hulpverlening. Het is bijzonder hoe onze band in de loop van die jaren is verdiept. Ik leer jou niet alleen dingen; ik leer ook nog steeds veel van, door en met jou. Dankjewel daarvoor!”

B: “Dat je zo’n zorgzame en dappere pionier bent terwijl ik zou willen dat dit Het Normaal is.”

C: “Ik zeg het regelmatig tegen jou; hoe ik het zo veel meer mensen gun om hulp te krijgen zoals jij die nu voor jezelf hebt geregeld. Ik denk dat er een heleboel mensen zijn die dezelfde behoefte ervaren als jij, maar die gewoon niet door alle regels en “moetjes” heen komen. Hierdoor krijgen ze niet de juiste hulp en kan een situatie veel slechter uitpakken dan nodig.. alle lof dus voor jou, Anne! Je hebt dit echt waanzinnig goed voor elkaar gebokst! Ik ben super trots op jou en op ons team!”

2 gedachten over “Mijn begeleiders aan het woord over mijn begeleiding”

  1. Wat super interessant dit! Ik ben (als ASS-er) bezig met de opleiding tot ervaringsdeskundige om onze begeleiders te kunnen helpen. Hoe moeten we nog invullen. En wat ik leuk vind is dat onze organisatie een beetje werkt zoals jouw begeleiding, geen protocollen, maar wat heeft de cliënt nodig? Wij schijnen daarin echt een vreemde eend in de bijt te zijn. Heel interessant om het vanuit deze invalshoek te lezen en dank dat je je zo kwetsbaar hebt durven opstellen!

    Beantwoorden
  2. Super bedankt.

    Goede hulp voor mijzelf: de hulpvraag die ik ook heb met de doelen die ik ook niet kan bereiken!

    Hoe maak ik dat een instantie duidelijk als zij dat niet kunnen begrijpen.
    De wonderlijke grote mensen poppenkast.

    Jij wist het voor mij in deze blog helder te formuleren. Ik heb geen pgb dat is voor mij te ingewikkeld helaas.

    Het ga je goed.

    Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ga naar de inhoud