Header bij artikel over de film April, May en June

April, May en June: Kees Momma in een fictie-jasje

De film April, May en June (2019) gaat over drie zussen en een broer die erachter komen dat hun moeder op korte termijn zal komen te overlijden. Broer Jan is autistisch en moeder Mies vindt het belangrijk dat hij na zijn dood goed terecht zal komen. Wanneer ze de zussen vertelt dat ze binnenkort zal sterven, vraagt één van de zussen wat ze voor hun moeder kunnen doen. Mies antwoordt: “Eén van jullie zal voor Jan moeten gaan zorgen; en diegene krijgt vanzelfsprekend ook het huis.” Dit klinkt als omkoperij, maar vanuit Mies zit er een duidelijk doel achter: Jan gaat zijn moeder al verliezen… het is belangrijk dat zijn woonomgeving hetzelfde blijft, want meer verandering kan hij niet aan. April, May en June moeten uit gaan zoeken wie het geschiktst is voor deze taak.

De zussen zijn allemaal erg druk met zichzelf geweest, en met de problemen die spelen in hun eigen leven. Daardoor hebben ze hun broer Jan nooit echt goed leren kennen en weten ze al helemaal niet hoe ze met hem om moeten gaan. Ze moeten elkaar van begin af aan ontdekken.

Achtergrond van de film

April, May en June ging op 17 december 2019 in première in de Nederlandse en Belgische bioscopen. Voor het einde van het jaar hadden al 100.000 mensen de film bezocht. Begin 2020 ging het bezoekersaantal over de 400.000 heen. Voor Nederlandse begrippen is dit een erg succesvolle film, want zulke bezoekersaantallen worden niet vaak behaald door een Nederlandse productie. Sinds maandag 6 april is April, May en June te bekijken via Pathé Thuis voor 3,99 euro.

Het idee voor de film kwam van Linda de Mol, waarna Frank Houtappels het script uitwerkte. Linda de Mol had een idee in haar hoofd voor een film over zussen. Door ervaringen uit haar eigen leven, kwam de verhaallijn over euthanasie erbij. Linda de Mol vertelt verder in een interview met de Tv Krant: “Dat was het idee voor de film, maar de verhaallijn was nog te dun, tot ik de autisme-documentaire ‘Het beste voor Kees’ zag. Die vond ik geweldig. Het is zo ontroerend om te zien hoe die ouders hun hele leven in dienst hebben gesteld van hun inmiddels volwassen autistische zoon. Maar nu lopen ze aan tegen het feit dat ze ouder worden en denken ze: wie wil dit straks van ons overnemen? Dat was wat er nog ontbrak aan de film, zo is broer Jan ontstaan.”

Inspiratie voor het personage Jan

Als Jan voor het eerst in beeld komt, is mij meteen duidelijk dat Kees Momma de inspiratiebron was voor het personage Jan. Het beste voor Kees, een documentaire uit 2014 gemaakt door Monique Nolte, gaat over de vraag waar de autistische Kees terechtkan als zijn ouders niet meer voor hem kunnen zorgen. Kees woont op dat moment in een chalet in de tuin van zijn ouders. Zijn ouders zijn al in de 80 en er zal dus een moment komen dat Kees niet meer bij zijn ouders terecht zal kunnen voor de geruststelling die hij dagelijks nodig heeft. Voor het zover is, gaan Kees en zijn ouders op zoek naar een geschikte woonplek voor Kees. Monique Nolte wilde een documentaire maken over het loslatingsproces van Kees, maar aan het einde van de documentaire was er nog geen woonplek geschikt bevonden voor Kees.

Het beste voor Kees

De documentaire Het beste voor Kees deed nogal wat stof opwaaien na de uitzending. Ten eerste om wie Kees als persoon is. Kees spreekt met deftige woorden, maar scheldt er ondertussen ook op los. Hij is duidelijk extreem intelligent op bepaalde gebieden. Hij kan bijvoorbeeld Japans lezen en praten, en kan extreem goed en gedetailleerd tekenen. Hij kan alleen minder goed voor zichzelf zorgen en heeft veel angsten. Zijn moeder is de enige die hem weer tot rust kan brengen. Voor veel mensen zijn deze tegenstrijdigheden in één persoon erg fascinerend.

Daarnaast ontstond er een publieke discussie over de relatie met zijn ouders. De ouders van Kees zijn zo belangrijk voor hem geworden dat het niet mogelijk lijkt om een plek te vinden waar Kees graag wil wonen en dezelfde ondersteuning kan krijgen als zijn ouders hem nu bieden. In de documentaire werd de suggestie gewekt dat Kees er ook liever niet meer zou zijn als zijn ouders er zouden komen te overlijden. Nu, vijf jaar later, heeft Kees overigens wel een eigen huis. Monique Nolte is inmiddels ook bezig met een vervolg op Het beste voor Kees, die Kees vliegt uit zal gaan heten.

Het vraagstuk waar Kees en zijn ouders mee zitten is uitgewerkt tot het scenario voor de fictiefilm April, May en June. De angst dat een ouder wegvalt of een ouder die daadwerkelijk wegvalt, is overigens niet nieuw in autismerepresentatie. Het is juist iets wat heel vaak ingezet wordt in films met een autistisch personage erin. Wat gebeurt er als je de persoon waar het personage met autisme afhankelijk van is weghaalt? Dit is een interessant gegeven voor een filmplot.

Overeenkomsten tussen Jan en Kees

De overeenkomsten tussen Kees en het fictieve personage Jan zijn duidelijk: ook Jan woont in een chalet bij zijn moeder in de tuin. Zijn taalgebruik is zeer formeel, maar als iemand iets doet waar hij last van heeft, gaat dit over op een flinke scheldpartij. Als zijn zus April bijvoorbeeld teveel vissenvoer in zijn aquarium gooit, roept hij uit: ‘Godverdomme! Godverdomme! Het is allemaal uitermate bedroevend en met geen mogelijkheid meer goed te maken!’ Jan en Kees bewegen allebei houterig, hebben een fascinatie voor een bepaald onderwerp, en hechten veel waarde aan hun rituelen (bijvoorbeeld uit welk kopje ze drinken). Kortom, hun autisme is vrij zichtbaar voor de buitenwereld.

April en Jan kijken samen naar het aquarium van Jan.

Volgens Linda de Mol en scenarist Frank Houtappels is Jan slechts deels gebaseerd op Kees Momma. Linda de Mol zegt in een interview met Pauw dat de acteur die Jan speelt en de scenarist hun best hebben gedaan om er een eigen personage van te maken. Zelf vermoed ik dat er geen onderzoek is gedaan naar het autismespectrum en dat er niet naar andere personen met autisme gekeken is. De enige verschillen zitten hem in praktische zaken: waar Kees een fascinatie heeft voor treinen; heeft Jan dat voor vissen. Qua gedrag komen de personages vrijwel exact overeen.

Er had wel wat meer onderzoek gedaan kunnen worden naar mensen met autisme, en niet alleen naar hoe het zich bij Kees Momma uit. Het personage wordt daardoor wat mij betreft een platte karikatuur, die voornamelijk ingezet wordt als drijfveer voor het plot.

Er wordt ook een overeenkomst gesuggereerd tussen Kees en Jan, die ik niet direct terugzag in de film. Linda de Mol zegt in hetzelfde interview: “Een zoon die totaal gepamperd is door zijn moeder in al zijn wensen en zijn strakke schema.” Dit blijkt niet uit de film. De moeder gaat juist heel respectvol met haar zoon om en heeft manieren gevonden om met hem in contact te komen, op een manier die voor hen allebei ok is.

Hier had naar mijn idee dan ook het échte en oprechte verhaal in gezeten; in de relatie tussen moeder en zoon. Als het weer eens gaat over wie er voor Jan moet gaan zorgen, zegt Mies bijvoorbeeld: “Jan is geen bedrijf; Jan is mijn zoon.” Mies zorgt er in het verhaal nog enigszins voor dat Jan als compleet mens gezien wordt, en niet als meubelstuk dat een nieuwe plek nodig heeft. Helaas wordt die verhaallijn ondergesneeuwd door de zussen met hun drama’s als echtscheidingen en vreemdgaan.

Mies en Jan raken elkaars vinger aan. Dit is hun manier van een knuffel geven.

Representatie van autisme

Nadat Mies April, May en June vertelt dat ze zal gaan sterven, vraagt één van de zussen of Jan al op de hoogte is van dit nieuws. Mies antwoordt: “Hij weet dat er iets aan de hand is, maar ik weet niet of hij het begrijpt.” Later in de film blijkt dat Jan echter prima weet wat er speelt, en dat hij zelfs kan aangeven wat zijn gevoel erbij is. Jan zegt dat hij een blok aan ieders been is en dat het misschien beter zou zijn als hij er ook tussenuit stapt, op het moment dat zijn moeder euthanasie krijgt. Dat voelt hij goed aan, want Jan wordt in de film vooral neergezet als een last (ok, met wat fascinerende trekjes die iedereen verbaasd doen staan). April en June kunnen Jan er niet bij hebben in hun drukke bestaan. De chaotische en naïeve May wil wel, maar wordt ongeschikt bevonden door Mies, April en June. Mies vraagt zich af om wie ze zich meer zorgen moet maken als ze er niet meer is: May of Jan. De andere zussen vragen aan May: “Ga je elke dag het weerbericht met hem doornemen dan? Je weet niet eens welke dag het is!” Hieruit blijkt wederom een overeenkomst met Kees Momma, aangezien Kees het ook nodig heeft dat zijn moeder hem elke dag geruststelt over het weer.

Het enige dat belangrijk is voor Jan, is dat zijn vissen een goed onderkomen krijgen. Het is dat hij er zelf over begint, maar op geen enkel punt wordt aan Jan gevraagd wat híj eigenlijk wil. Beslissingen worden vóór hem gemaakt. Iedereen is bezig met wat ze zelf willen, maar ze vergeten aan de persoon om wie het gaat te vragen wat goed voor hem is. Iets wat wellicht herkenbaar is voor mensen met autisme in het dagelijks leven.

Op een ander punt in de film wordt het stigma dat Jan het allemaal niet zo goed begrijpt wel bestreden. Jan gaat met zijn zus April naar een schoenenwinkel en de verkoper praat overdreven hard en gearticuleerd tegen Jan. April zegt: “Hij is niet doof hoor.” Vervolgens blijkt dat Jan graag schoenen met klittenband zou willen, omdat hij zijn schoenen niet kan strikken. De verkoper lacht. April vraagt hem waarom hij lacht. De verkoper zegt: “O, ik begrijp nu pas dat meneer gewoon niet zo snel is.” Vervolgens rekent Jan uit zijn hoofd een ingewikkelde rekensom uit waaruit blijkt hoeveel de schoenen zullen kosten nadat de korting eraf is, waardoor de verkoper het tegendeel bewezen wordt.

Tegelijkertijd verbeeldt deze nogal op zichzelf staande scène een stereotype dat voortkomt uit de film Rain Man: extreem intelligent zijn op het gebied van rekenen, maar op andere gebieden veel minder (je schoenen niet kunnen strikken). De scène lijkt vooral toegevoegd te zijn om de fascinatie voor dit fenomeen (savantisme) wat extra aan te dikken.

Drijfveer voor het plot

Patricia Smagge van Cinemagazine is positief over de acteerprestaties van Bas Hoeflaak, die Jan speelt: “Naast Zuiderhoek is ook Hoeflaak een lichtpuntje: wat speelt hij zijn rol overtuigend! Het dwangmatig vasthouden aan patronen, de woede-uitbarstingen als het niet loopt zoals hij gewend is, de problemen die hij ervaart bij het tonen van affectie; een rol die eenvoudig karikaturaal had kunnen worden, weet Hoeflaak knap en levensecht in te vullen.”

Wellicht kijk ik er als persoon met autisme, die ook de docu Het beste voor Kees gezien heeft anders naar, maar ik vind het wel degelijk karikaturaal en niet overtuigend overkomen. Het gaf mij erg het gevoel dat ik naar iemand aan het kijken was die niet oprecht snapt wat hij speelt.

Dat het karikaturaal overkomt, komt overigens ook doordat Jan in de film nauwelijks een ontwikkeling doormaakt (of er wordt geen aandacht aan besteed). Zijn personage wordt het minst uitgediept van de hoofdpersonages, terwijl het hele plot tegelijkertijd gedreven wordt door Jan.

De beeldvorming die voortkomt uit April, May en June van hoe iemand met autisme is, vind ik erg oppervlakkig en draagt bij aan de ontmenselijking van mensen met autisme. Zelfs de titel en de beschrijving van de film dragen hieraan bij, want waar is Jan in de titel? De beschrijving: “Drie halfzussen, met drie verschillende vaders vragen zich bij de naderende dood van hun moeder af: ‘Wat straks te doen met onze autistische broer Jan?’” Need I say more?

3 gedachten over “April, May en June: Kees Momma in een fictie-jasje”

  1. Deze recensie met een hele grote glimlach gelezen: wat een heerlijke, grondige en messcherpe analyse. Alles wat in de film ontbrak, zit wel in deze recensie. Briljant.

    Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Skip to content