Header bij blog over oxytocine. De titel van de blog staat erop en aan de rechterkant twee flesjes neusspray

Oxytocine (knuffelhormoon) als behandeling voor autisme?

Steeds vaker worden er onderzoeken gedaan naar het effect van het toedienen van extra Oxytocine, omdat het mogelijk zou kunnen helpen bij bijvoorbeeld autisme of sociale angst. Top op heden zijn er geen behandelingen die autisme kunnen genezen. Wel kan medicatie ondersteunen bij bijkomende problemen, zoals angst, agressie of overprikkeling. Eerder schreef ik bijvoorbeeld dit artikel over mijn ervaringen met medicatie ter ondersteuning van mijn prikkelverwerking.

Oxytocine, ook wel bekend als het knuffelhormoon, werd in 1906 ontdekt. Het is een stofje dat geproduceerd wordt in de hypothalamus in de hersenen. We hebben dit stofje dus sowieso al in ons lichaam.

Waar wordt Oxytocine nu voor gebruikt?

Oxytocine zorgt ervoor dat spieren van de baarmoeder en melkklieren samentrekken. Hierdoor kan het bijvoorbeeld gebruikt worden om weeën op te wekken bij een bevalling (via een infuus of injectie), of om ervoor te zorgen dat moedermelk vrijkomt (via een neusspray).

Het blijkt nu dat Oxytocine een grotere rol speelt in ons lichaam, en ook dat van alle zoogdieren. Het speelt namelijk een rol bij complexe sociale gedragingen, zoals hechting, relaties en vertrouwen. Daarnaast zou het kunnen leiden tot een snellere verwerking en detectie van sociale signalen, en zou het ook angstverlagend kunnen werken, waardoor je beter om zou kunnen gaan met (sociale) stress. Het wordt echter nog niet helemaal begrepen hoe dit werkt en er zou meer onderzoek naar gedaan moeten worden.

Wat zou Oxytocine kunnen betekenen bij autisme?

Autisme wordt volgens de DSM-5 gekenmerkt door:

  • Problemen op het gebied van communicatie en sociale interactie
  • Beperkte, repetitieve gedragspatronen en beperkte interesses of activiteiten
  • Over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels

Voor deze kenmerken zijn nog geen specifieke, medische behandelingen gevonden. Oxytocine zou hier mogelijk wel iets in kunnen betekenen.

Uit de onderzoeken die gedaan zijn, is gebleken dat de volgende effecten op zouden kunnen treden (bij volwassenen):

  • Minder repetitieve gedragingen
  • Beter keuzes kunnen maken op sociaal gebied
  • Beter gezichtsuitdrukkingen kunnen herkennen
  • Beter intonaties in iemands stem kunnen herkennen
  • Hogere kwaliteit van leven

Bij kinderen zijn de resultaten nog wat grillig. Uit het ene onderzoek blijken wel verbeteringen van de autismesymptomen en uit het andere onderzoek helemaal niet.

In dit onderzoek werden verschillende trials op het gebied van Oxytocine en autisme met elkaar vergeleken. Uit zeven van de elf trials kwam een verbetering op het gebied van de sociale cognitie. Vier trials namen ook de beperkte, repetitieve gedragspatronen mee in hun onderzoek, en hieruit kwam bij één trial een verbetering naar voren.

Is dit effect wel wenselijk?

Ik vroeg me af of deze effecten van Oxytocine wel daadwerkelijk helpend zouden zijn voor autistische mensen. Wat betekent een ‘verbetering’ bijvoorbeeld precies? De criteria voor deze verbeteringen zijn opgesteld door mensen zonder autisme, maar zien mensen met autisme het wel als verbetering? Ik heb persoonlijk na het lezen van een aantal onderzoeken en het volgen van een lezing over dit onderwerp nog geen beeld bij hoe die verbeteringen er uit zouden kunnen zien of hoe ze voelen. Ik stelde de volgende vraag op Twitter:

De meningen zijn dus erg verdeeld. De ene groep geeft aan inderdaad veel last te ondervinden van tekortkomingen in de communicatie en wil daar graag iets aan doen als dat mogelijk is. De andere groep heeft geen moeilijkheden op dit gebied of wil liever gewoon zichzelf blijven.

Wat is de huidige status van het onderzoek naar Oxytocine? Onderzoek van de KU Leuven

Het meest recente, grote onderzoek naar Oxytocine en autisme is gedaan in België en gepubliceerd in 2020. Er was nog weinig onderzoek gedaan naar de lange termijn. De Vlaamse wetenschappers hebben dat wel meegenomen in hun trial, door na een jaar nog een meting te doen.

De deelnemers aan de trial waren 40 volwassen mannen met een officiële autismediagnose. Zij kregen vier weken Oxytocine toegediend via een neusspray. Ze rapporteerden zelf hun voortgang door middel van een vragenlijst, die ging over hun autismesymptomen en hechting.

Uit het onderzoek kwam dat:

  • Repetitieve gedragingen onmiddellijk afnamen. Een jaar later was dit nog steeds zo.
  • Er een verbetering was op het gebied van hechting. De deelnemers waren minder geneigd om ontwijkend te reageren op andere mensen. Ook dit was een jaar later nog steeds zo.
  • Er geen hele specifieke verbetering was wat betreft het sociaal functioneren ten opzichte van de controlegroep.
  • Er geen significante mentale of lichamelijke bijwerkingen waren. Proefpersonen gaven aan zich krachtiger en energetischer te voelen ten opzichte van de controlegroep. Het is speculatief, schrijft de onderzoeksgroep zelf, maar er zou meer onderzoek gedaan kunnen worden naar of Oxytocine iets kan betekenen bij (het voorkomen van) een autistische burn-out.
  • Uit een ander onderzoek van dezelfde onderzoeksgroep bleek dat er positieve effecten in de hersenen zichtbaar waren (gemeten door middel van MRI-scans). De activiteit van de amygdala (betrokken in complexe sociale processen, stress en angst) nam af en de personen waarbij de grootste daling in Amygdala-activiteit werd gemeten, vertoonden ook de sterkste verberting.

Dat bepaalde effecten een jaar na het Oxytocinegebruik nog merkbaar zijn, komt waarschijnlijk door een positieve spiraal: de Oxytocine zorgt voor een toename in sociaal gedrag, maar je socialer gedragen zorgt ook voor een toename van je Oxytocine-aanmaak. Oxytocine wordt namelijk ook aangemaakt door positief contact of als je met iemand knuffelt (vandaar de bijnaam ‘knuffelhormoon’).

Wat weten we nog niet over Oxytocine en autisme?

Met de onderzoeken die gedaan zijn, weten we nog niet alles.

  • Zijn er (schadelijke) bijwerkingen op de lange termijn? Wat zijn bijvoorbeeld de effecten van het toedienen van extra Oxytocine op de lichaamseigen productie?
  • Hoe werkt Oxytocine op kinderen en vrouwen? Aan de trial van het Vlaamse onderzoek deden bijvoorbeeld alleen mannen mee en uit de onderzoeken onder kinderen komen nog geen eenduidige resultaten.
  • Er is waarschijnlijk geen één op één relatie tussen het eigen Oxytocinegehalte en autisme. Een lagere Oxytocineproductie was niet gerelateerd aan ernstigere autismesymptomen. Dus hoe weten we dan bij wie Oxytocine wel aan gaat slaan en bij wie niet? Dit moet nog verder in kaart worden gebracht.

Tot op heden is Oxytocine neusspray nog niet beschikbaar voor klinisch gebruik voor autisme of andere aandoeningen (behalve dus voor het opwekken van weeën of produceren van moedermelk). Je zal het dus waarschijnlijk nog niet voorgeschreven kunnen krijgen van je huisarts of psychiater. Meer hierover kun je lezen in de richtlijn voor behandelen van autisme.

6 gedachten over “Oxytocine (knuffelhormoon) als behandeling voor autisme?”

  1. Dag Anne,
    Ik heb je artikel met veel belangstelling grlezen. Stond ook wat sceptisch tegen die stof als wondermiddel. Het kan volgens mij wel helpen als verder onderzoek dit effectief kan aantonen dat het ons kan helpen. Ik zou het zelf ook niet gebruiken om die redenen.
    Fijne dag nog

    Beantwoorden
    • Dank voor je reactie! Het is zeker geen wondermiddel als ik alles zo lees, en ze zouden het nog op grotere groepen mensen moeten testen, want de trials waren vrij klein tot nu toe, maar voor sommige mensen zal het misschien uitkomst kunnen bieden.

      Beantwoorden
  2. hoi Anne,
    Wat mij meteen opvalt: waarom bestaat de groep personen op wie het onderzoek is gedaan alleen uit mannen? Het is toch al langer bekend dat vrouwen anders reageren dan mannen, op van alles en nog wat? Gesteld dat ik het, als vrouw, wil gaan gebruiken, dan zou ik het graag eerst uitgetest zien op vrouwen! En ik ben dan ook benieuwd naar de verschillen in reacties op het middel, tussen de geteste mannen en vrouwen.

    Beantwoorden
    • Ja, dat vrouwen anders reageren op medicijnen, komt volgens mij vaak door hoe mannen en vrouwen verschillen qua hormonen. Dus vandaar dat ze medicijnen vaak eerst op mannen testen en het onderzoek naar dit medicijn staat bij autisme nog enigszins in de kinderschoenen. Nou is dit op zichzelf een hormoon, dat bij vrouwen dus ook andere effecten heeft, zoals aanmaak van moedermelk. Bij vrouwen zou het dus ook andere bijwerkingen kunnen hebben dan bij mannen. Het zou dus inderdaad eerst ook bij vrouwen getest moeten worden voor vrouwen het kunnen gaan gebruiken.

      Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Skip to content